IN MEMORIAM ‘Kind van toen’ Kor Kok (70 jaar)

Voor de zomervakantie heb ik Kor Kok mogen interviewen. Een ‘kind van toen’, nu 70 jaar. Hij vertelde geweldige verhalen over zijn loopbaan in het onderwijs en sprak wijze woorden over de opvoeding van kinderen toen en nu. Helaas bereikte mij woensdag het verdrietige bericht dat Kor, ten gevolge van de ziekte ALS, afgelopen dinsdagnacht is overleden. In overleg met zijn vrouw en dochters publiceren we, in nagedachtenis aan Kor, het interview met hem, want dit prachtige verhaal van dit mooie mens, moet iedereen lezen!- Astrid de Bruin

Stipt om 14.00 uur komt Kor bij Doremi aangerold in zijn rolstoel, geduwd door zijn vrouw Tineke. Kor haalt soms moeilijk adem, hij heeft een zuurstofslang, maar hij wil heel graag vertellen, heeft ‘zijn bekje vooraan’ en steekt gelijk van wal.
Hij is 70 jaar geleden geboren in de Davidstraat, volgens hem een louche omgeving destijds. Zijn ouders, getrouwd in 1943, wilden na de komst van de kleine Kor, weg uit deze buurt. Maar dit was in die tijd niet gemakkelijk en Kor vond het in zijn jonge jaren prima daar. Hij leerde er veel als kleintje, hij leerde de streken, maar ook voor zichzelf opkomen. Kor was een praatjesmaker en kreeg het zelfs voor elkaar om bij het tankstation weer naar buiten te lopen met een gratis stripboekje. Het tankstation in de wijk is weg, maar de vijver bij het Dinkelpark is er nog steeds. Op die vijver schaatste Kor altijd. Mooie herinneringen heeft hij aan deze wijk. Vandaag de dag woont Kor samen met zijn vrouw Tineke in de Euroborg op de 7e verdieping van de maar liefst 23 verdiepingen tellende appartementenflat. Het is allemaal beton, maar ze hebben een prachtig groen uitzicht: ‘ binnen wonen en naar buiten kijken’.

Wie is Kor Kok eigenlijk? Hij beschrijft zichzelf als een heel klein mannetje, letterlijk en figuurlijk, een klein mannetje dat zich wel moest laten gelden vanwege zijn lengte. Hij was enig kind, wat best bijzonder was in die tijd. Kor had het niet makkelijk thuis, zijn moeder sloeg hem, zette hem vaak voor gek en zei regelmatig tegen hem dat ze hem nooit had willen hebben. Zijn vader was gelukkig een hele lieve pedagogische man: ‘de wijze man, ik zou ‘m nog zo veel willen vragen’. De reden om Kor naar een kinderbewaarplaats te brengen was het schoonmaakwerk van zijn moeder. In die tijd at Kor heel slecht en bleef hij achter in zijn groei. Op 7 en 9 jarige leeftijd werd hij daarom, op voordracht van een huisarts, 6 weken lang naar een zogeheten kinderkolonie gestuurd, terwijl hij dacht dat het was omdat zijn moeder hem gewoon kwijt wilde. Toch had zijn moeder ook goede kanten, concludeert Kor, wat maar weer eens aantoont dat een kind altijd loyaal blijft aan zijn ouders, ook al doen ze nog zulke lelijke dingen. Op de kinderbewaarplaats droegen de verzorgsters uniformen en werd er gelukkig niet geslagen, maar hij werd wel stevig op een stoeltje gezet terwijl iemand anders hem vasthield en hem probeerde pap te geven. Hij herinnert zich ook leuke dingen: zingen en spelen met andere kinderen, maar over zijn aversie voor pap en uniformen is hij nooit meer heen gekomen: ‘vrouwen in uniform die vertrouw ik niet, nog steeds niet!’

Hij trok als kind met heel veel verschillende andere kinderen op en kon het met iedereen goed vinden. Hij las graag voor, dat kon hij goed en dat lag hem. Het was waarschijnlijk de basis voor zijn latere loopbaan in het onderwijs, terwijl hij eigenlijk buschauffeur had willen worden.
Zijn ouders waren geen voorstander van het onderwijs, maar zijn vader, die bij de scheepswerf werkte, wilde absoluut niet dat Kor in zijn voetsporen zou treden: ‘daar pas jij niet tussen, zei hij. Dat is te ruig werk’. Kor wilde eigenlijk ook wel naar Minerva, maar zijn lerares op de ULO vond dat hij maar naar de kweekschool moest, want ‘dat straal je helemaal uit’. Zijn ouders vonden alles beter dan Minerva want daar ‘was geen droog brood mee te verdienen’. Kor was 16 toen hij de keus maakte om naar de kweekschool te gaan. Hier had hij veel leuke contacten en er waren veel leuke meisjes. Het lukte hem echter niet ‘om iemand vd kweekschool aan de haak te slaan’. Peter Schaap, van de hitsingle ‘adem mijn adem’, zat in hetzelfde jaar en ‘kaapte alle leuke meisjes weg’. Kor sloot zich aan bij het bandje ‘Solution’ van Willem Ennes, ‘de man van Astrid Joosten’ en via de vriendin van de zus van weer een andere vriendin leerde hij Tineke kennen en trouwden ze in 1973. Twee jaar later werd hun dochter Marit geboren, vier jaar later dochter Dorien. De dochters zijn allebei getrouwd en Kor en Tineke hebben inmiddels vijf kleinkinderen, waarvan de oudste 16 is en de jongste 9, ze wonen allemaal in de buurt.

Kor heeft altijd in het onderwijs gewerkt. Hij begon als onderwijzer, maar al snel bleek dat hij meer in zijn kleine mars had en schopte hij het uiteindelijk tot de bovenschoolse directie, vergelijkbaar met het O2G2 van nu. Kor had het talent om mensen te binden en nadat er een herindeling met een nieuwe structuur kwam, waar hij zich niet (meer) in kon vinden is hij projectleider geworden voor het ontwikkelen van de brede school. Hij was toen 57 jaar. In 2005 had hij met vervroegd pensioen kunnen gaan, maar hij wilde zelf erg graag nog wat doen. Het werd Tjuchem. Een klein schooltje dat met zijn 23 leerlingen in zijn bestaan werd bedreigd, want ‘twee keer kuchen en je bent in Tjuchem’. Het bleek een bijzonder schooltje, met goedwillende ouders, en ondanks dat er van alles geprobeerd is om het schooltje in leven te houden, ‘het is zelfs twee keer op tv geweest’, is het niet gelukt. Na 6 jaar strijden, samen met de ouders, heeft Kor tot zijn groot verdriet zelf de sleutel van de schooldeur om moeten draaien.

Zijn eigen dochters gingen vroeger naar de peuterspeelzaal en ook zijn kleinkinderen gingen naar de kinderopvang, de twee jongsten hebben zelfs op Pierewiet gezeten! Het pedagogisch handelen van begeleiders die met kinderen werken is behoorlijk positief veranderd ten opzichte van vroeger vindt Kor, maar hij vindt ook dat we nu soms wat doorslaan: ‘kinderen moeten hun plekje weten en ook af en toe ‘nee’ kunnen accepteren’. Hij hoort te vaak van ouders en kinderen ‘ja maar…’, soms is ‘nee’ gewoon ‘nee’ . Kinderen hebben natuurlijk rechten, maar vergeten soms, met name als ze wat ouder zijn ‘o wee, die plichten’. Kor denkt dat het komt doordat ouders onzeker zijn geworden: ‘iedereen roept van alles over opvoeding: op televisie, in social media, de juf op school, de pedagoog enz. , ouders weten het daardoor niet meer. Mensen die met kinderen werken hebben het hierdoor ook zwaarder. Ze worden vaker aangesproken en bevraagd door ouders, want papa en mama willen alles oplossen voor hun kind. Ze houden daarmee een hand boven het hoofd van het kind. Een schop onder de kont hebben ze af en toe nodig, maar helpen om te leren hoe het kind zelf een probleem op kan lossen is natuurlijk nog beter. Orde, netheid, regelmaat en consequentie zijn termen die al heel lang meegaan en nog steeds goed zijn voor kinderen. Net als het bieden van structuur en grenzen, wat overigens niet wil zeggen dat je niet luistert naar een kind. Te veel luisteren is echter ook niet goed, want dan ervaart het kind geen grenzen meer en juist die grenzen hebben kinderen nodig om zich veilig te kunnen ontwikkelen’. De lat voor de hedendaagse kinderen ligt hoog, vindt Kor: ‘de maatschappij is resultaatgericht. Er zijn steeds minder vakmensen, omdat iedereen zijn kind het liefst naar het VWO ziet gaan, dat heeft blijkbaar meer status. Kinderen mogen bijna geen kind meer zijn, kijk maar eens naar de kleding van nu, het zijn mini-volwassenen.

Het kind van nu is taalvaardiger en mondiger geworden, maar kinderen blijven ook altijd kinderen en staan nog onbevangen en open in de wereld.’ Zo durven kinderen gewoon te vragen aan Kor wat hij heeft wanneer hij zijn zuurstofslang gebruikt en ze vinden het dan prachtig als hij zichzelf een olifantje noemt. Toen hij zijn kleinkinderen aan het aanmoedigen was tijdens de avond-4-daagse kwamen veel kinderen hem spontaan hun bloem brengen die ze zelf net hadden gekregen, dát zijn de cadeautjes voor Kor: ‘de kinderen zijn de toekomst!’

Zijn wens voor deze kinderen van de toekomst is een hele mooie. Hij wenst elk kind een ‘maatschappelijke stage’ toe. Het onderwijs en de ontwikkeling van het kind liggen volgens hem buiten de schoolklas. Leren door te ontdekken: ‘neem kinderen mee en laat ze het zien en beleven! Naar de fabriek, het kantoor, de winkel, de tuin, het bejaardenhuis en noem maar op’. Als meester had hij ooit een Doka ingericht op school en een aantal leerlingen van toen is later fotograaf geworden. Als hij zelf opnieuw kon kiezen werd hij automonteur! Lekker auto’s uit elkaar slopen en weer in elkaar zetten lijkt hem heerlijk! Het is niet meer haalbaar voor Kor, de ziekte ALS heeft al zichtbaar zijn sporen nagelaten, maar genieten blijft hij doen, van de kinderen om hem heen, zoals zijn kleinzoon Kai, die Pabo wil gaan doen, net als opa.

Dank je wel Kor, voor je mooie verhalen en wijze woorden, je bent het mooiste geworden wat je kunt zijn: jezelf.